speech Joris Luyendijk
4 mei
Wieger Boonstra, Verpleger in Medemblik; 51 jaar
Pieter Brittijn, Boekhouder in Medemblik; 42 jaar
Frits Coelen, Winkelbediende in Amsterdam; 38 jaar
Ko van Eijk, Student aan de Universiteit van Amsterdam; 31 jaar
Gerard Engelen, Tramconducteur in Amsterdam; 30 jaar
Anton Engelen, Automonteur in Amsterdam; 24 jaar
Johan Eskens, Kantoorbediende in Amsterdam; 20 jaar
Willem van de Fliert, Landbouwer in Renswoude; 33 jaar
Jacobus Goris, magazijnmeester Koog aan de Zaan; 44 jaar
Jan de Haan, Brandwacht bij de Nederlandse Spoorwegen; 44 jaar
Hendrik Hekking, Kantoorbediende in Krimpen; 19 jaar
Sander de Kleuver, Landarbeider in Veenendaal; 21 jaar
Piet Merlijn, Bankwerker in Nijmegen; 24 jaar
Robert Murraij, Kantoorbediende in Amsterdam; 26 jaar
Roelof Oost, Administrator in Medemblik; 37 jaar
Frans ten Pas, Metaalbewerker in Alkmaar; 31 jaar
Marinus Pijl, Fortwachter in de Kwakel Noord-Holland; 51 jaar
Jan Pijl, Thuiswonend bij zijn vader; 22 jaar
Dolf Pijl, Thuiswonend bij zijn vader; 23 jaar,
Jan Pleeging, Tuinder in Beverwijk; 48 jaar,
Reinier Pletting, Postbode in Beverwijk; 26 jaar
Jan van Randen, Glasblazer in de Kwakel; 21 jaar
Jan Dirk Semeins, Huisschilder in Beverwijk; 28 jaar
Gerrit Stoof, Vrachtwagenchauffeur; 26 jaar,
Hans Sturms, Student in Utrecht; 21 jaar
Gerard van Tiel, Leerling monteur in Amsterdam; 19 jaar
Willem van Velzen, Vakbondsbestuurder, Amsterdam; 58 jaar
Leo Verwoerd, Assurantiemedewerker in Amsterdam; 45 jaar,
Henk Verwoerd, Scholier in Amsterdam; 18 jaar
Klaas Wever, typograaf in Amsterdam. 21 jaar.
Goedenavond. Mijn naam is Joris Luyendijk, ik ben schrijver en voormalig journalist, en ik werd
hier iets verderop geboren, in het OLVG, in 1971. Vorig jaar sprak hier Felix Rottenberg die toen
opmerkte dat de bezetting en de tweede wereldoorlog tegelijk ver weg zijn en dichtbij. Zo ervaar
ik dit ook. Het idee dat in 1971 pas een kwart eeuw was verstreken sinds de bevrijding…
Vijfentwintig jaar, dat is net zo lang geleden als voor ons de moord op Fortuyn.
Ver weg en dichtbij.
Nog geen twee maanden voor die bevrijding, 12 maart 1945, vond op de plaats waar we hier nu
met z’n allen bijeen zijn, een gruweldaad plaats. Vandaag herdenken we de wond die dit
barbaarse bloedbad sloeg in het weefsel van onze stad en van ons land. Ik kan niet langs deze
plek fietsen zonder eraan te denken en zo zal het menig Amsterdammer vergaan.
De namen die ik zojuist voorlas horen toe aan mannen die vastzaten in de gevangenis op hetKleine-Gartman Plantsoen, de plek aan het Leidsche Plein waar tegenwoordig op de gevel van de
Balie staat: “Een wijs man piest niet tegen de wind in.” Dit is dezelfde gevangenis waarin Anne
Frank met haar gezin zat, nadat ze waren verraden.
Eerder was in het pand op de Stadhouderskade 56 hiertegenover bij een vuurgevecht tussen
verzetsleden en de bezetter een SD’er was gedood. Als wraak en ter afschrikking sleepte de
bezetter daarop de dertig mannen uit de gevangenis naar het Weteringplantsoen. Gewone
Amsterdammers die toevallig langs liepen werden met grof geweld gedwongen toe te kijken hoe
een vuurpeloton de mannen dood schoot.
Sommigen van de slachtoffers waren actief in het verzet, anderen zaten toevallig vast om een
licht vergrijp. Voor iedereen van hen was 12 maart 1945 de laatste dag van hun leven.
Zouden ze die ochtend nog een krant hebben mogen lezen? Dan hebben ze gezien dat het
Algemeen Handelsblad, inmiddels opgegaan in NRC, die dag opende met de toespraak van
Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, de hoogste Nazi in Nederland. “Een ijzeren
volhardingswil doet ons alles verdragen,’ was de kop waarmee het Handelsblad kennelijk hoopte
in de vrije verkoop kranten te verkopen. Andere kranten openden met troepenbewegingen in
Europa, maar niet de Telegraaf. Ook die vond Seyss-Inquart’s rede het belangrijkste en koos voor
de kop ‘Zonder Nationaalsocialisme geen orde in Europa.’
Hoe stonden die dertig mannen hier? Wie voor een vuurpeloton wordt gezet zal die laatste
minuten volkomen bewust meemaken. Ieder van de mannen moet hebben beseft:’Geen
afscheid kunnen nemen van ….
’en dan de namen van hun meest dierbaren. iet van de precieze
aanloop ernaartoe.
historisch.archief.nl leert dat het kwik die 12e maart 1945 overdag niet verder kwam dan 5 tot 8
graden. ‘De wind was zwak en kwam uit West – Noordwestelijke richting.’ Het was de hele dag in
Nederland bewolkt. Een laatste straal zonneschijn was deze dertig mannen dus niet vergund.
Wie weet, als we de moed kunnen opbrengen, overwegen we of er tussen leden van het
vuurpeloton aan de ene kant, en de gedoemde mannen aan de andere kant blikken, zijn
gewisseld? De zanger Spinvis omschreef dit eens als ‘oogcontact van het eenzaamste soort.’
Voor beide partijen.
Wat zou ik hebben gedaan, vraagt menigeen zich af die tot zich door laat dringen wat bezetting
en dictatuur betekenen. Mooi toch dat in onze taal in ‘herdenken’ het woord denken zit.
Maar valt er veel te leren van een bijna triomfantelijk openbare gruweldaad als die op 12 maart
1945?
Intimidatie is effectief. Dat kun je ervan leren. Daarom worden politici bedreigd, en bestuurders,
en journalisten en advocaten. Het is godgeklaagd hoeveel het gebeurt, maar het werkt. Soms. Er
zijn er ook genoeg die ondanks bedreigingen volharen. Dat zijn de helden van nu.
Verzet is zeldzaam. Dat is ook een les uit de Tweede Wereldoorlog, zeker voor Nederland. Geen
enkel land gaf zo volgzaam zijn Joodse landgenoten aan de nazi’s mee.
Mensen zijn berekenende wezens en bij de meesten is de horizon beperkt. In vredestijd beperkt
tot het eigen genot, bij oorlog beperkt tot het eigen overleven en dat van dierbaren.
Horen u en ik bij de kudde van calculerende lafbekken? Dat kun je niet weten. Ik was recent in
Oekraïne en sprak daar de mensen die nu voorgaan in het verzet tegen een dreigende Russischebezetting die veel weg heeft van wat wij hier vandaag herdenken. Wat mij zo opviel: veel
Oekraïners stonden zelf versteld dat ze zich hadden gemeld als vrijwilliger. Vaak was het ook
geleidelijk gegaan. Ze waren erin gerold, wat heel raar is bij heldendom.
Daarom is wat mij betreft de les van de Tweede Oorlog niet zozeer: kom in verzet. Als je eenmaal
leeft onder een bezetting die met gruweldaden wordt bestendigd, heb je in feite al verloren. De
les is veeleer: laat het niet zover komen. Stamp extreemrechts de grond in, desnoods met
evenveel geweld als waarmee extreemrechts onze democratie de grond in hoopt te stampen. En
bewapen je als land zodanig dat je jezelf kunt verdedigen en de vijand ver buiten je grenzen
houdt. De afgelopen 81 jaar hoefden we hier niet over na te denken want Amerika zei ons te
zullen verdedigen. Das war einmal.
Vrede en veiligheid zijn in de menselijke geschiedenis niet de norm. Ze zijn de uitzondering.
Regimes die zich bedienen van de soort moordpartijen als op 12 maart 1945 heb je overal ter
wereld, en het worden er steeds meer. Laten we uit alle macht proberen ze buiten de deur te
houden. En laten we intussen met intense dankbaarheid vaststellen dat we hier, met zijn allen
vanavond, bijeen kunnen zijn in volledige vrijheid.
