Herdenking 2026

speech Joris Luyendijk

4 mei

Wieger Boonstra, Verpleger in Medemblik; 51 jaar

Pieter Brittijn, Boekhouder in Medemblik; 42 jaar

Frits Coelen, Winkelbediende in Amsterdam; 38 jaar

Ko van Eijk, Student aan de Universiteit van Amsterdam; 31 jaar

Gerard Engelen, Tramconducteur in Amsterdam; 30 jaar

Anton Engelen, Automonteur in Amsterdam; 24 jaar

Johan Eskens, Kantoorbediende in Amsterdam; 20 jaar

Willem van de Fliert, Landbouwer in Renswoude; 33 jaar

Jacobus Goris, magazijnmeester Koog aan de Zaan; 44 jaar

Jan de Haan, Brandwacht bij de Nederlandse Spoorwegen; 44 jaar

Hendrik Hekking, Kantoorbediende in Krimpen; 19 jaar

Sander de Kleuver, Landarbeider in Veenendaal; 21 jaar

Piet Merlijn, Bankwerker in Nijmegen; 24 jaar

Robert Murraij, Kantoorbediende in Amsterdam; 26 jaar

Roelof Oost, Administrator in Medemblik; 37 jaar

Frans ten Pas, Metaalbewerker in Alkmaar; 31 jaar

Marinus Pijl, Fortwachter in de Kwakel Noord-Holland; 51 jaar

Jan Pijl, Thuiswonend bij zijn vader; 22 jaar

Dolf Pijl, Thuiswonend bij zijn vader; 23 jaar,

Jan Pleeging, Tuinder in Beverwijk; 48 jaar,

Reinier Pletting, Postbode in Beverwijk; 26 jaar

Jan van Randen, Glasblazer in de Kwakel; 21 jaar

Jan Dirk Semeins, Huisschilder in Beverwijk; 28 jaar

Gerrit Stoof, Vrachtwagenchauffeur; 26 jaar,

Hans Sturms, Student in Utrecht; 21 jaar

Gerard van Tiel, Leerling monteur in Amsterdam; 19 jaar

Willem van Velzen, Vakbondsbestuurder, Amsterdam; 58 jaar

Leo Verwoerd, Assurantiemedewerker in Amsterdam; 45 jaar,

Henk Verwoerd, Scholier in Amsterdam; 18 jaar

Klaas Wever, typograaf in Amsterdam. 21 jaar.

Goedenavond. Mijn naam is Joris Luyendijk, ik ben schrijver en voormalig journalist, en ik werd

hier iets verderop geboren, in het OLVG, in 1971. Vorig jaar sprak hier Felix Rottenberg die toen

opmerkte dat de bezetting en de tweede wereldoorlog tegelijk ver weg zijn en dichtbij. Zo ervaar

ik dit ook. Het idee dat in 1971 pas een kwart eeuw was verstreken sinds de bevrijding…

Vijfentwintig jaar, dat is net zo lang geleden als voor ons de moord op Fortuyn.

Ver weg en dichtbij.

Nog geen twee maanden voor die bevrijding, 12 maart 1945, vond op de plaats waar we hier nu

met z’n allen bijeen zijn, een gruweldaad plaats. Vandaag herdenken we de wond die dit

barbaarse bloedbad sloeg in het weefsel van onze stad en van ons land. Ik kan niet langs deze

plek fietsen zonder eraan te denken en zo zal het menig Amsterdammer vergaan.

De namen die ik zojuist voorlas horen toe aan mannen die vastzaten in de gevangenis op hetKleine-Gartman Plantsoen, de plek aan het Leidsche Plein waar tegenwoordig op de gevel van de

Balie staat: “Een wijs man piest niet tegen de wind in.” Dit is dezelfde gevangenis waarin Anne

Frank met haar gezin zat, nadat ze waren verraden.

Eerder was in het pand op de Stadhouderskade 56 hiertegenover bij een vuurgevecht tussen

verzetsleden en de bezetter een SD’er was gedood. Als wraak en ter afschrikking sleepte de

bezetter daarop de dertig mannen uit de gevangenis naar het Weteringplantsoen. Gewone

Amsterdammers die toevallig langs liepen werden met grof geweld gedwongen toe te kijken hoe

een vuurpeloton de mannen dood schoot.

Sommigen van de slachtoffers waren actief in het verzet, anderen zaten toevallig vast om een

licht vergrijp. Voor iedereen van hen was 12 maart 1945 de laatste dag van hun leven.

Zouden ze die ochtend nog een krant hebben mogen lezen? Dan hebben ze gezien dat het

Algemeen Handelsblad, inmiddels opgegaan in NRC, die dag opende met de toespraak van

Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, de hoogste Nazi in Nederland. “Een ijzeren

volhardingswil doet ons alles verdragen,’ was de kop waarmee het Handelsblad kennelijk hoopte

in de vrije verkoop kranten te verkopen. Andere kranten openden met troepenbewegingen in

Europa, maar niet de Telegraaf. Ook die vond Seyss-Inquart’s rede het belangrijkste en koos voor

de kop ‘Zonder Nationaalsocialisme geen orde in Europa.’

Hoe stonden die dertig mannen hier? Wie voor een vuurpeloton wordt gezet zal die laatste

minuten volkomen bewust meemaken. Ieder van de mannen moet hebben beseft:’Geen

afscheid kunnen nemen van ….

’en dan de namen van hun meest dierbaren. iet van de precieze

aanloop ernaartoe.

historisch.archief.nl leert dat het kwik die 12e maart 1945 overdag niet verder kwam dan 5 tot 8

graden. ‘De wind was zwak en kwam uit West – Noordwestelijke richting.’ Het was de hele dag in

Nederland bewolkt. Een laatste straal zonneschijn was deze dertig mannen dus niet vergund.

Wie weet, als we de moed kunnen opbrengen, overwegen we of er tussen leden van het

vuurpeloton aan de ene kant, en de gedoemde mannen aan de andere kant blikken, zijn

gewisseld? De zanger Spinvis omschreef dit eens als ‘oogcontact van het eenzaamste soort.’

Voor beide partijen.

Wat zou ik hebben gedaan, vraagt menigeen zich af die tot zich door laat dringen wat bezetting

en dictatuur betekenen. Mooi toch dat in onze taal in ‘herdenken’ het woord denken zit.

Maar valt er veel te leren van een bijna triomfantelijk openbare gruweldaad als die op 12 maart

1945?

Intimidatie is effectief. Dat kun je ervan leren. Daarom worden politici bedreigd, en bestuurders,

en journalisten en advocaten. Het is godgeklaagd hoeveel het gebeurt, maar het werkt. Soms. Er

zijn er ook genoeg die ondanks bedreigingen volharen. Dat zijn de helden van nu.

Verzet is zeldzaam. Dat is ook een les uit de Tweede Wereldoorlog, zeker voor Nederland. Geen

enkel land gaf zo volgzaam zijn Joodse landgenoten aan de nazi’s mee.

Mensen zijn berekenende wezens en bij de meesten is de horizon beperkt. In vredestijd beperkt

tot het eigen genot, bij oorlog beperkt tot het eigen overleven en dat van dierbaren.

Horen u en ik bij de kudde van calculerende lafbekken? Dat kun je niet weten. Ik was recent in

Oekraïne en sprak daar de mensen die nu voorgaan in het verzet tegen een dreigende Russischebezetting die veel weg heeft van wat wij hier vandaag herdenken. Wat mij zo opviel: veel

Oekraïners stonden zelf versteld dat ze zich hadden gemeld als vrijwilliger. Vaak was het ook

geleidelijk gegaan. Ze waren erin gerold, wat heel raar is bij heldendom.

Daarom is wat mij betreft de les van de Tweede Oorlog niet zozeer: kom in verzet. Als je eenmaal

leeft onder een bezetting die met gruweldaden wordt bestendigd, heb je in feite al verloren. De

les is veeleer: laat het niet zover komen. Stamp extreemrechts de grond in, desnoods met

evenveel geweld als waarmee extreemrechts onze democratie de grond in hoopt te stampen. En

bewapen je als land zodanig dat je jezelf kunt verdedigen en de vijand ver buiten je grenzen

houdt. De afgelopen 81 jaar hoefden we hier niet over na te denken want Amerika zei ons te

zullen verdedigen. Das war einmal.

Vrede en veiligheid zijn in de menselijke geschiedenis niet de norm. Ze zijn de uitzondering.

Regimes die zich bedienen van de soort moordpartijen als op 12 maart 1945 heb je overal ter

wereld, en het worden er steeds meer. Laten we uit alle macht proberen ze buiten de deur te

houden. En laten we intussen met intense dankbaarheid vaststellen dat we hier, met zijn allen

vanavond, bijeen kunnen zijn in volledige vrijheid.